Gerichte bezoekers, weinig spontaniteit
Wat mij direct opviel: het was rustiger dan voorgaande jaren. De bezoekers die wél kwamen, waren heel bewust op zoek naar specifieke partijen – dat is positief. Maar het spontane loopverkeer bleef uit. Misschien had dat te maken met onze locatie in de hal, maar ook de beursindeling voelde voor mij persoonlijk wat meer verspreid dan eerdere edities. Waar in vorige jaren bedrijven uit vergelijkbare sectoren nog dicht bij elkaar stonden, leek het dit keer iets minder geclusterd.
Toch waren er ook fijne momenten. Zo kwamen meerdere vaste partners en leveranciers bij ons langs, waaronder Huba, Kiwa en onze SIM-kaartleverancier. Dat gaf ruimte om verder te praten over onze samenwerking en klantvragen, en dat waardeer ik enorm.
Van veldwerk naar datakwaliteit
Wat uit de gesprekken met de bezoekers naar voren kwam, is hoe sterk de focus aan het verschuiven is. Waar vroeger vooral de veldwerker centraal stond, zie je nu dat de dataspecialist steeds belangrijker wordt. Monitoring draait niet meer alleen om het verzamelen van data, maar vooral om de beschikbaarheid, betrouwbaarheid en veiligheid ervan.
De norm verschuift: waar 95% datadekking voorheen voldoende was, wordt nu 99% gevraagd. En ook databeveiliging is belangrijker dan ooit. Wij richten ons daarom op waar wij sterk in zijn: zorgen dat meetgegevens uit het veld betrouwbaar, veilig en actueel terechtkomen in de digitale omgeving van onze klant. Die digitale omgeving beheren onze klanten vaak zelf – en daar sluiten wij op aan.
Vragen die uitblijven
Wat ik opvallend vond, is dat de inhoudelijke vragen dit jaar grotendeels uitbleven. Normaal gesproken voeren we veel gesprekken over uitbreiding van meetnetten, toepassingen of nieuwe parameters. Dit jaar bleef dat stil. Ook over de Kader Richtlijn Water – waarbij vanaf 2027 ook kwalitatieve metingen verplicht worden – werd nauwelijks gesproken. Terwijl die deadline dichterbij komt.
Dat roept bij mij vragen op. Zijn we als sector nog niet zo ver? Wachten organisaties tot het écht niet anders meer kan? Of was dit gewoon niet de juiste beurs om dat gesprek te voeren? Bij één partij kwam dit onderwerp aan bod; zij bereiden een marktconsultatie voor, maar ook daar is nog geen vaste methodiek gekozen.
Waar horen we eigenlijk thuis?
Aqua Nederland 2025 heeft mij aan het denken gezet: zijn we nog op de juiste plek? Misschien zouden we eens moeten kijken naar een andere beurs, zoals Infratech in Rotterdam. Daar staan onze eindgebruikers: overheden, waterschappen, provincies, grote aannemers en geologisch adviseurs. Dáár vinden de gesprekken plaats die raken aan dijkversterking, kustlijnbeheer, weg- en waterbouw – precies de thema’s waarbij wij waarde kunnen toevoegen. Maar als zij daar al vertegenwoordigd zijn, voeg ik dan echt iets toe met een eigen stand? Of bereik ik meer door als bezoeker gericht het gesprek aan te gaan?
Daarnaast overweeg ik of we in de toekomst kunnen samenwerken met andere partijen – partners of distributeurs – om samen op te trekken. Dat vergroot de zichtbaarheid en aantrekkingskracht. Want je merkt: alleen een goede oplossing is niet genoeg, je moet ook op de juiste plek staan om het gesprek te kunnen voeren.
De datarevolutie wacht niet
Wat ik vooral wil meegeven, is dit:
We staan aan het begin van een datarevolutie. Niet alleen wat we meten verandert, maar vooral hóe we met die data omgaan.
De ontwikkelingen gaan razendsnel. En juist daarom is het belangrijk om nú in gesprek te gaan. Over verwachtingen, keuzes, en de toekomst van jouw meetnet. Betrek ons daarbij – wij denken graag mee. Niet pas wanneer het project start, maar juist in de aanloop daarnaartoe. Want daar zit de échte winst.